Door Jos Bolte op 28 september 2016

In de strijd voor sociale woningbouw staat de PvdA alleen!

Bij de behandeling van de Toekomstvisie 2030 heeft de Rijswijkse PvdA een amendement (wijzigingsvoorstel) ingediend dat er op neer kwam dat de (procentuele) verhouding tussen sociale huurwoningen en overige woningbouw in de toekomst gelijkt zou blijven aan de huidige verhouding. Geen enkele andere partij steunde dit voorstel, gericht op mensen die afhankelijk zijn van een sociale woning!

Al eerder (bij de Woonvisie Rijswijk) heb ik namens onze fractie een lans gebroken voor behoud van voldoende sociale woningbouw in Rijswijk. Dat kun je alleen maar veilig stellen als je bepaalde grenzen (percentages of verhoudingen) vaststelt. En dat is nodig omdat (en dat wordt ook door het college niet weersproken) de druk op de sociale woningmarkt door de groeiende vraag alleen maar toeneemt. Er worden de komende jaren veel woningen gebouwd, met name in RijswijkBuiten. Dat is prima en daar is ook de PvdA altijd een groot voorstander van geweest, inclusief de afspraak dat 10% van het totaal aantal woningen in RijswijkBuiten sociale woningbouw zal zijn. Dat is ook zo vastgelegd. Maar inmiddels zijn er ook plannen voor het omzetten van kantoren in honderden appartementen (HBG-locatie en voormalig belastingkantoor) waarin geen sociale woningen worden opgenomen. En dan staat er in de Stadsvisie Rijswijk 2030, met de pakkende titel “Samen maken wij de stad!”, dat door sloop en nieuwbouw de woningvoorraad gevarieerder moet worden, en dat “de verouderde woningen in de naoorlogse wijken uit de jaren 50 en 60 plaats moeten maken voor nieuwbouw of duurzaam gerenoveerde woningen”.

Deze uitgangspunten hoeven niet verkeerd te zijn, als daarbij voldoende aandacht blijft voor de grote en zelfs groeiende groep mensen die afhankelijk zijn van een sociale huurwoning. Dat blijkt echter nergens uit de Stadsvisie en evenmin uit de Woonvisie. Daarom hebben wij als PvdA een beperkte aanvulling voorgesteld aan een van de belangrijkste keuzes in de Stadsvisie. Die keuze was door het college voorgesteld als volgt: “Opbouwen van een evenwichtige bevolking in leeftijden, achtergronden en inkomensniveaus door de realisatie van verschillende woonmilieus.” Aan die bestaande tekst wilden wij toevoegen: “waarbij de huidige procentuele verhouding tussen sociale woningbouw en andere woningbouw gehandhaafd blijft”. Geen enkele andere fractie steunde ons voorstel, dat in het belang is van iedereen die afhankelijk is van de sociale woningvoorraad. Het is maar dat u het weet, en niet vergeet!

Jos Bolte