1 augustus 2017

Samenvatting Paul Depla rapport.

Het Partijbestuur heeft Paul Depla  begin april benaderd om de PvdA een spiegel voor te houden. Om een toekomstgerichte analyse op te stellen, geen dik rapport, maar een serie observaties en een aantal adviezen. Dit heeft hij met veel plezier samen met de Wiardi Beckmanstichting en met leden en experts van binnen en buiten de partij gedaan. Hieronder staat een beknopte samenvatting van die analyse.

De opdracht voor de PvdA is niet eenvoudig. We zullen met alle energie moeten werken aan een partij die herkenbaar en geloofwaardig is als brede progressieve volkspartij. Een inhoudelijk herkenbare agenda is van groot belang. Maar politiek gaat om meer dan alleen de inhoud. We kunnen alleen succesvol zijn als we aansprekend en inspirerend zijn. Dat stelt eisen aan de structuur en cultuur van onze organisatie. Net zoals het eisen stelt aan de manier waarop we als PvdA politiek bedrijven. En de manier waarop we campagne voeren. Ook op deze punten moeten we kritisch in de spiegel kijken. En zouden we juist nu duidelijke keuzen moeten maken.

In de analyse waar het partijbestuur om heeft gevraagd, wordt daarom stil gestaan bij:

I. Wat voor een partij willen we zijn: het wezen van de PvdA.
II. Wat is de agenda van de PvdA: de idealen van de PvdA
III. Wat voor een organisatie ondersteunt agenda van de PvdA
IV. Wat is een aansprekende stijl van politiek bedrijven

I. Het wezen van de PvdA

De PvdA is altijd een brede progressieve volkspartij geweest. De laatste decennia is dit steeds moeilijker geworden. De verdeelde samenleving speelt brede volkspartijen als de PvdA steeds meer parten. Het is de verzuiling in een eigentijdse vorm, waarbij de nieuwe zuiltjes steeds kleiner en specifieker lijken te worden. Ook op de kiezersmarkt zien we de gevolgen van de versplinterde verzuiling. Ons electorale systeem maakt het mogelijk dat iedere nieuwe zuil zijn eigen nieuwe partij krijgt. Ik noem het de ‘Netflixisering’ van de politiek. Door deze versplintering lijkt voor brede volkspartijen geen plaats meer te zijn. En juist dat, een brede volkspartij, waren wij als PvdA altijd. Dus hebben we het als PvdA – net als andere brede volkspartijen – zwaar.
Hoewel de dominante maatschappelijke trends de keuze voor één zuil zou rechtvaardigen, is er vrijwel niemand binnen de PvdA die een dergelijke beweging omarmt. Wil de PvdA echt overleven als een brede progressieve volkspartij, zal het tegen de stroom in moeten roeien. Dat lukt alleen als de PvdA in staat is om duidelijk te maken waar de partij voor staat. De laatste jaren is de PvdA is bij het antwoord op deze vraag te lang op twee gedachten blijven hinken. Aan de ene kant was de PvdA de partij die stond voor de sociaaldemocratische idealen. Aan de andere kant werd vaak aangegeven dat de PvdA uiteindelijk de partij van de sterke bestuurders waren. Die dubbele positie komt de herkenbaarheid van de PvdA niet ten goede.

II. De idealen van de PvdA

Hoewel de PvdA zich vaak presenteert als een bestuurderspartij, zien we onszelf vooral als een brede progressieve volkspartij. Gedreven door idealen. Vrijwel iedereen is ervan overtuigd dat PvdA in wezen een waardenpartij is. We moeten als partij leidend zijn in de zoektocht naar het verkennen van de belangrijkste, maatschappelijke vraagstukken. Macht (bijvoorbeeld door te regeren) kan daarbij handig zijn. Maar het is geen doel op zichzelf. Het gaat uiteindelijk om de invloed die de sociaaldemocratische beweging heeft op de maatschappelijke en politieke agenda.
Als PvdA hoeven we niet op zoek te gaan naar nieuwe idealen. Integendeel, we kunnen vol trots vasthouden aan het aloude ideaal van het streven naar een gemeenschap van vrije mensen, zoals Den Uyl het omschreef. We beseffen alleen wel dat dit ideaal door de veranderende maatschappelijke context steeds bij de tijd gehouden moeten worden. Den Uyl was van mening dat de gemeenschap van vrije mensen alleen zou ontstaan als er bestaanszekerheid voor iedereen was. Vrijheid veronderstelt bestaanszekerheid. De PvdA zou dus moeten staan voor het versterken van die bestaanszekerheid. Door die strijd voor bestaanszekerheid centraal te stellen, kunnen we als partij de spreekbuis worden voor de maatschappelijke beweging die de bestaanszekerheid in de huidige samenleving wil versterken. We hoeven zo dus ook niet alleen conservatief te zijn.
Waar de sociaaldemocratie niet meer lijkt te gaan voor bestaanszekerheid, duiken populisten handig in dit vacuüm. Toch hoeft bestaanszekerheid niet het domein van populisten te worden. In discussies over de toekomst van arbeid is namelijk meer mogelijk dan alleen een strategie van valse beloftes, capitulatie, of een van de kop in het zand.

Het is goed om te kijken wat op dit moment de belangrijkste pijlers van bestaanszekerheid zijn.
1. Werk en inkomen door globalisering, flexibilisering en robotisering
2. Milieu door klimaatverandering
3. Zorg door vergrijzing
4. Wonen en samenleven door de multiculturele samenleving
Dit zijn de vier thema’s die de belangrijkste dragers van bestaanszekerheid vormen, en waarop de PvdA zich dus de komende tijd volledig moet richten. De PvdA als partij die staat voor het versterken van de bestaanszekerheid. Omdat alleen dan mensen in staat zijn om echt te geloven in de toekomst. En optimistisch vooruit kunnen gaan.

III. De organisatie van de PvdA

De toekomst van de PvdA moet liggen in het zijn van een beweging. Een beweging georganiseerd rond de inhoudelijke vraagstukken waar de PvdA zich op gaat richten. In deze netwerken vinden, daarbij verbinding makend met afdelingen en regionale actiecentra, inhoudelijke debatten plaats. De inhoudelijke netwerken hebben een open karakter. Leden en niet leden kunnen deelnemen aan de activiteiten.
Een maatschappelijke beweging ontstaat echter niet bij toverslag. Het kost veel tijd en energie om deze beweging op te bouwen. Daarom moet het komende jaar tijd capaciteit – zowel in mensen als in centen – worden vrijgespeeld om de ontwikkeling richting beweging van netwerken mogelijk te maken. Op dit moment is de PvdA voor een groot deel georganiseerd langs de lijnen van de beroepsgroepen van politici. Maar het is de vraag of we wel in staat zijn om op deze manier echt agenda-bepalend bezig te zijn op de thema’s waar je als PvdA het verschil wil maken. In plaats een organisatie van beroepsgroepen te zijn, zou het wellicht beter zijn om de partij in te richten als een organisatie van netwerken. De inzet van de netwerken zou dus minder moeten liggen op besluitvorming, en veel meer op de ideeënvorming. Die behoefte is breed aanwezig binnen de partij. Ook de communicatie moet dan anders: de ontvanger met al zijn en haar emoties moet veel meer centraal staan in onze communicatie. Dat maakt onze communicatie veel effectiever.
De afgelopen jaren is veel tijd en moeite gestoken in het versterken van de ledendemocratie. Het is mooi dat deze ontwikkeling is ingezet. Op veel punten loopt de PvdA in dit opzicht voorop. Toch knaagt het. Want de manier waarop het binnen de PvdA georganiseerd is, wordt het stemmen over moties en amendementen de hoogste vorm van de ledendemocratie. Terwijl het lidmaatschap waarde krijgt als men als lid dingen kan doen. En het gezellig is binnen de partij. Het kunnen loslaten van de stemdemocratie vraagt wellicht het een en ander van onze manier van werken. Het zou aardig zijn om met radicale voorstellen te komen. Voorstellen waarin we niet voortborduren op bestaande structuren en we tot marginale aanpassingen komen, maar we met voorstellen komen waarmee we een fundamenteel nieuwe start maken.

IV. De stijl van de PvdA

We zullen als PvdA weer ambitieus moeten zijn in onze idealen en veel bescheidener in de oplossingen. Juist in het zoeken van de oplossingen moet een eigentijdse politicus veel meer willen varen op de ervaring en de kennis in de samenleving. Als PvdA moeten we een positieve houding hebben. Ten opzichte van elkaar (“De PvdA zal gezellig zijn, of de PvdA zal niet zijn”), maar ook ten opzichte van maatschappelijke initiatieven. Dergelijke initiatieven kunnen als een sociaal alternatief dienen voor het liberale dogma van de eigen verantwoordelijkheid. We moeten nieuwe maatschappelijke bewegingen omarmen en versterken, omdat ze een nieuw aansprekend vehikel zijn waarmee de bestaanszekerheid van mensen kan worden versterkt.
Als we dat niet doen, worden we in het oog van de samenleving namelijk meer en meer technocraten in plaats van aansprekende politici. Dat is lastig, want de gulzigheid van de ambtelijke-professionele wereld is groot en heeft grote gevolgen. Na verloop van tijd verliezen de bestuurders hun politiek-bestuurlijke antenne en politiek-bestuurlijke uitstraling. Men verliest contact met de andere domeinen. En worden symbool van een voor de buitenwereld vrij gesloten bestuurlijke wereld. Politieke partijen hebben een rol om te voorkomen dat de politicus een beleidsmedewerker wordt. Bijvoorbeeld in de werving van politici. En ook in onze scholingsprogramma’s zouden we veel meer moeten richten op de eigenschappen die van een politicus mogen worden verwacht in de huidige tijd: waarin we mensen scholen in politieke acties en het politieke handwerk.

Tot slot

Met deze analyse eindigt niet het veranderingsproces. Integendeel. We beginnen pas. De analyse is niet meer dan de vier hoekstukjes van een puzzel die we de komende jaren met vele mensen moeten leggen. De PvdA heeft het niet gemakkelijk. Maar er is geen reden voor te groot pessimisme. Want als zelfs Feyenoord het heeft geflikt om toch weer eens kampioen te worden, kunnen we als PvdA er ook zeker weer er helemaal bovenop komen!